
Jurisprudentie
AS3187
Datum uitspraak2005-01-13
Datum gepubliceerd2005-01-19
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200409775/1
Statusgepubliceerd
SectorVoorzitter
Datum gepubliceerd2005-01-19
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200409775/1
Statusgepubliceerd
SectorVoorzitter
Indicatie
Bij besluit van 13 oktober 2004, kenmerk 2004-42143, heeft verweerder vastgesteld dat locatie Sportlaan-Herculesweg Breekoeverproject te Landsmeer, kadastraal bekend gemeente Landsmeer, sectie A, nummers 3171, 3975 (deels), 4009, 4213 en 4216 (deels), een ernstig geval van bodemverontreiniging betreft, waarvan de sanering niet urgent is, en ingestemd met het saneringsplan.
Uitspraak
200409775/1.
Datum uitspraak: 13 januari 2005
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
de stichting "Stichting Openheid", gevestigd te Landsmeer,
verzoekster,
en
het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 13 oktober 2004, kenmerk 2004-42143, heeft verweerder vastgesteld dat locatie Sportlaan-Herculesweg Breekoeverproject te Landsmeer, kadastraal bekend gemeente Landsmeer, sectie A, nummers 3171, 3975 (deels), 4009, 4213 en 4216 (deels), een ernstig geval van bodemverontreiniging betreft, waarvan de sanering niet urgent is, en ingestemd met het saneringsplan.
Tegen dit besluit heeft verzoekster bezwaar gemaakt.
Bij brief van 3 december 2004, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 6 januari 2005, waar verzoekster, vertegenwoordigd door [voorzitter], en [gemachtigde], en verweerder, vertegenwoordigd door mr. A.F.P.van Mierlo en ing. J.S. Rem, ambtenaren der provincie, zijn verschenen. Voorts is gehoord het college van burgemeester en wethouders van Landsmeer, vertegenwoordigd door J. Pawirodihardjo-Fer en mr. R.C. Dekker, ambtenaren der gemeente.
2. Overwegingen
2.1. Deze procedure leent zich er niet voor om definitief uitsluitsel te geven ten aanzien van het ter zitting door verweerder gevoerde verweer, inhoudende dat de stichting Openheid geen belanghebbende is en dat het bezwaarschrift te laat is ingediend. Aangezien niet geheel is uitgesloten dat het bezwaar van verzoekster ontvankelijk is, zal de Voorzitter het verzoek hieronder inhoudelijk behandelen.
2.2. Verzoekster voert aan dat het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid, omdat verweerder niet alle belanghebbenden op de hoogte heeft gebracht van het bestreden besluit. Zij voert voorts aan dat onvoldoende duidelijk is of voor het saneringsplan financiële dekking aanwezig is en dat aan het saneringsplan vooralsnog onbekende ruimtelijke gevolgen zijn verbonden.
2.2.1. Ter zitting is naar voren gekomen dat verweerder een exemplaar van het bestreden besluit heeft toegezonden aan de bewoners van woningen in de nabijheid van de locatie en aan de woningbouwvereniging ter zake van een woningencomplex op een deel van de locatie. Voorts is bekendmaking van het bestreden besluit geschied door publicatie van de zakelijke inhoud ervan in de Echo (editie Noord), die in de gehele gemeente Landsmeer wordt verspreid. Gelet hierop is de Voorzitter van oordeel dat de bekendmaking van het bestreden besluit niet op onjuiste wijze is geschied. Ook overigens is niet gebleken van onzorgvuldigheid bij de voorbereiding van het besluit.
De Voorzitter overweegt voorts dat de gronden inzake de financiële dekking van het saneringsplan en de ruimtelijke gevolgen van dat plan niet raken aan de rechtmatigheid van het besluit, aangezien die gronden niet zien op het belang van de bescherming van de bodem. Die gronden kunnen reeds om die reden niet slagen.
2.3. Gelet op het vorenstaande ziet de Voorzitter aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. H. Beekhuis, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.A.G. Stolker, ambtenaar van Staat.
w.g. Beekhuis w.g. Stolker
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 13 januari 2005
157-424.

